2. JEUGDBESCHERMING.

Advocaat.
Iemand die voor zijn beroep kennis heeft van de wet. Een advocaat helpt iemand die bij de rechter moet komen en kan tijdens de zitting het woord doen.

Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK).
Een plek waar je kan melden als je je zorgen
maakt over een kind. De mensen van het AMK gaan dan onderzoeken wat er aan de hand is.

Beschikking door de Kinderrechter.
Papier waarop staat wat de rechter besloten heeft.

Bevel tot binnentreding.
Papier waarop staat dat de politie een huis mag binnen gaan. Ook als de mensen die daar wonen dit niet willen.

Civiel recht.
Civiel recht zijn die regels van ons wetboek waarin staat hoe mensen met elkaar om moeten gaan. Aan de wet moeten we ons allemaal houden.

Gedragswetenschapper.
Iemand die heeft doorgeleerd heeft over het gedrag van kinderen en aan de universiteit is afgestudeerd. Meestal een orthopedagoog of een psycholoog.

Gedwongen uithuisplaatsing.
Als een kind of jongere tegen zijn/haar wil of tegen de wil van de ouders naar een andere woonplek gebracht wordt. Dit kan alleen als de kinderrechter gezegd heeft dat dit nodig is. Dat staat in een ‘machtiging uithuisplaatsing’.

Geheimhoudingsplicht.
Dit is de afspraak dat mensen die kinderen en gezinnen helpen de dingen die ze horen niet zo maar doorvertellen. Alleen de mensen die echt te maken hebben met het kind of er over moeten beslissen krijgen dan informatie. De gezinsvoogd moet alles over uw kind en uw gezin opschrijven en aan de kinderrechter vertellen. Hier geldt de geheimhoudingsplicht niet.

Gesloten behandeling.
Dit is een behandeling die gebeurt met de deur op slot. Er gelden strenge regels en heel duidelijke afspraken. Dit mag alleen gebeuren als een kinderrechter dit gezegd heeft. Er moet dan een ‘machtiging gesloten plaatsing’ zijn.

Gezinsvoogd (gv).
De gezinsvoogd houdt toezicht op het kind, hij/zij doet dit omdat de kinderrechter dit nodig vindt. De ouder en het kind moeten de aanwijzingen van de gezinsvoogd opvolgen.

Gezinsvoogdij-instelling (gvi).
Dit is de organisatie waar de gezinsvoogd werkt.

Griffier.
De persoon die tijdens een zitting alles opschrijft wat belangrijk is. Hierdoor is later altijd bekend wat er gezegd is.

Hoger Beroep.
Als een kinderrechter iets besloten heeft en een ouder of jongere is het hier niet mee eens, kan diegene binnen 3 maanden in Hoger Beroep gaan. Dit gebeurt samen met een advocaat. Het betekent dat de beslissing nog eens opnieuw bekeken wordt door andere rechters (bij het (Gerechts)hof). Totdat de uitspraak gedaan is, is de eerste beslissing van de kinderrechter in de meeste gevallen wel gewoon geldig.

Het (Gerechts-)Hof.
Dit zijn drie rechters die nog eens kijken naar een beslissing van de kinderrechter bij de rechtbank. Ze kijken dan heel uitgebreid naar de genomen beslissing. Een beslissing van Het Hof gaat boven een beslissing van de kinderrechter bij de rechtbank.

Hoge Raad.
Dit zijn drie rechters die samen de beslissing van het Hof bekijken. De Hoge Raad bekijkt niet meer of inhoudelijk de juiste beslissing is genomen- de Hoge Raad bekijkt alleen maar of alles volgens de regels is gegaan. Mocht iedereen mee praten? Zijn de brieven op tijd verstuurd etc? Een beslissing van de Hoge Raad gaat boven een beslissing van een gewone kinderrechter en boven een beslissing van het Gerechtshof.

Jurist(e).
Een persoon die heeft doorgeleerd over de wet. De juristen die de gezinsvoogd helpen bij het werk, weten alles over de wetten en regels die voor kinderen en ouders gelden.

Indicatie.
Papier waarop staat welke hulp een kind moet krijgen. Als er een indicatie is, heeft een kind recht op bepaalde hulp. Als er geen indicatie is, kan veel hulp niet gegeven worden.

Kinderrechter.
De persoon die veel afweet van de wet en beslissingen neemt. De kinderrechter kan beslissen of er een gezinsvoogd moet komen (ondertoezichtstelling). Of dat een kind uit huis geplaatst moet worden (uithuisplaatsing).

Maatregel.
Een maatregel is een beslissing die kan worden opgelegd door een kinderrechter. We praten over een maatregel ‘ondertoezichtstelling’ of een ‘maatregel voogdij’. Het betekent dat de kinderrechter beslist dat een gezinsvoogdij-instelling gaat mee beslissen over een kind.

Machtiging uithuisplaatsing.
Beslissing door een kinderrechter dat een kind niet langer thuis kan wonen. Dit wordt afge-geven tijdens een zitting of twee weken erna.

Omgangsregeling.
Afspraak over de omgang tussen kind en ouders of andere belangrijke personen.

Ondertoezichtstelling (ots).
Een ots wordt in een zitting bij de rechtbank uitgesproken door de kinderrechter. De kinderrechter heeft naar iedereen geluisterd en vindt dat er problemen thuis zijn die opgelost moeten worden- daarom spreekt hij een ondertoezichtstelling uit. Er komt dan een gezinsvoogd die goed moet opletten of alles goed gaat met het kind en die hulp inzet voor het kind en zijn ouders als dat nodig is. Een ots is meestal geldig voor één jaar. Maar hij kan ook verlengd worden. Dat gaat via de kinderrechter.

Oproep (van de kinderrechter).
Brief van de rechtbank aan de ouders en de jongere vanaf 12 jaar. Hierin staat wanneer een zitting plaats vindt en waar en hoe laat.

Ouderlijk gezag.
Als een ouder het ouderlijk gezag heeft, dan is hij/zij verantwoordelijk voor het kind of de jongere (tot 18 jaar). Als er een ondertoezichtstelling is, dan mag de ouder niet meer alleen beslissen en moet alles in overleg met de gezinsvoogd.

Parketpolitie.
Politie op de rechtbank.

Plan van Aanpak.
Verslag waarop staat hoe het gaat met een kind en wat er moet gebeuren om het beter te laten gaan.

Privacy-wetgeving.
Dit zijn wetten waarin geschreven staat dat niet iedereen alles over andere mensen hoeft te weten.

Raadsmelding.
Iemand vertelt aan de Raad voor de Kinder-bescherming dat hij/zij zich zorgen maakt over een kind of jongere. De Raad voor de Kinderbescherming gaat dan onderzoeken of er meer hulp nodig is en of de informatie klopt. Dat onderzoek heet een raadsonderzoek.

Raadsonderzoek.
Onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar hoe het gaat met een kind of jongere.

Raadsonderzoeker.
Iemand die werkt bij de Raad voor de Kinderbescherming en die onderzoekt hoe het gaat met een kind of jongere. De raadsonderzoeker praat met de jongere, de ouders, de school en met hulpverleners.

Raad voor de Kinderbescherming.
Organisatie waar de raadsonderzoeker werkt.

Recht om gehoord te worden.
Het recht om jouw mening te geven aan de kinderrechter.

Recht op omgang.
Dit betekent dat ouders en kinderen afspreken hoe, waar en wanneer ze elkaar zien. Niet alle ouders hebben dit recht. Soms gebeurt het dat mensen hierover zelf geen goede afspraken kunnen maken. Dan kunnen ze aan de kinderrechter vragen om een beslissing over een omgangsregeling te nemen.

Rechtbank.
De plaats waar de kinderrechter beslissingen
neemt. Het is meestal een groot gebouw waar veel rechters en advocaten rond lopen.

Risicotaxatie.
Onderzoek naar hoe groot de kans is dat een kind of jongere zich in een onveilige situatie bevindt of gaat bevinden.

Schriftelijke aanwijzing door de gezinsvoogd.
Een brief van de gezinsvoogd waarin staat dat een ouder of jongere iets echt moet doen. Als de ouder of jongere niet doen wat de gezinsvoogd zegt, neemt de gezinsvoogd actie. Wat hij/zij gaat doen, staat ook in de brief. Als de ouder of jongere het niet eens is met de aanwijzing, kan hij aan de gezinsvoogd of aan de kinderrechter (binnen twee weken) vragen om aanpassing.

Uithuisplaatsing.
Als een kind of jongere ergens anders gaat wonen dan thuis. Dit kan voor korte of langere tijd zijn. De kinderrechter beslist dit.

Vaststelling bezoekregeling.
Afspraak over wie wanneer het kind of de jongere bezoekt.

Verklaring door een gedragswetenschapper.
Papier waarop een gedragswetenschapper zijn of haar handtekening heeft gezet. Met die handtekening is duidelijk dat de gedragswetenschapper een jongere gesproken heeft.

Verzoekschrift.
Brief aan de rechtbank waarin de gezinsvoogd de kinderrechter vraagt om een beslissing te nemen. Bijvoorbeeld om een maatregel te verlengen.

Verweerschrift.
Brief aan de rechtbank waarmee iemand kan aangeven dat hij/zij het niet eens is met het verzoekschrift.

Voorlopige ondertoezichtstelling (vots).
Een ondertoezichstelling die voor drie maanden is uitgesproken. Meestal zonder heel uitgebreid onderzoek van de Raad, omdat het om een zeer ernstige situatie gaat. Het raadsonderzoek gebeurt dan uitgebreid in die drie maanden. Daarna beslist de Raad voor de Kinderbescherming of ze een ondertoezichtstelling wil aanvragen.

Zitting (bij de kinderrechter).
Een bijeenkomst, een gesprek op de rechtbank waarbij de rechter een beslissing neemt. Hierbij zijn in ieder geval de kinderrechter en de griffier aanwezig. De ouders mogen komen en als het om een kind gaat dat ouder is dan 12, mag hij/zij ook komen. De raadsonderzoeker kan aanwezig zijn. De gezinsvoogd ook.

© 2009 Expertisecentrum
William Schrikker