Pleegouders moeten soms grotere uitgaven doen voor pleegkinderen. Bijvoorbeeld omdat zij een fiets nodig hebben, een ingerichte slaapkamer, of een basisgarderobe als zij met bijna niets van huis zijn vertrokken. Pleegouders hebben vaak moeite om dergelijke incidentele kosten te betalen uit de pleegvergoeding. Daarom wordt deze -in stappen- verhoogd van nu gemiddeld 6100 euro per jaar naar 7100 euro per jaar.
Om geld vrij te maken voor verhoging van de pleegvergoeding wordt het systeem eenvoudiger gemaakt. Natuurlijke ouders dragen nu verplicht bij aan het onderhoud van hun kinderen door pleegouders. Gemiddeld zo’n 275 euro per kwartaal. Deze bijdrage wordt afgeschaft. Tegelijkertijd vervalt voor natuurlijke ouders van pleegkinderen het recht op kinderbijslag en kindgebonden budget. Het recht op deze regelingen wordt hersteld zodra hun kind weer thuis komt wonen. Deze vereenvoudiging leidt tot besparingen op de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de uitvoering.
Nu vervalt het recht op pleegvergoeding als twee ouders de voogdij krijgen over een pleegkind. Ouders hebben dan namelijk ook recht op kinderbijslag en er kan niet gelijktijdig van deze regelingen gebruik gemaakt worden. Door in te voeren dat tweeouder-voogden de pleegvergoeding behouden, wordt verwacht dat meer pleegouders kiezen voor voogdijschap. Door meer zeggenschap wordt de betrokkenheid met het kind verhoogd.
Om de genoemde maatregelen in te kunnen voeren zijn wijzigingen nodig in de Wet op de jeugdzorg, de Algemene kinderbijslagwet en de Regeling pleegzorg. Omdat daar tijd mee is gemoeid zal de verhoging van de pleegzorgvergoeding in fases worden ingevoerd.
