)
Ook interesse in cliënten voor de klas? Neem dan contact op het met het LCFJ: 030-2843225 of via het contactformulier
Ervaring cliënt:
"Als een kind uit huis wordt geplaatst, krijgen ouders geen hulp. Hoe kan het kind dan teruggeplaatst worden?"
Cliënt:
"Voor een mondige cliënt is het makkelijker om goede zorg te krijgen, maar wat als je dat niet bent?"
Waarmee kan ik u helpen?
Cliënten geven onderwijs
Eén van de workshops op de Ontregelconferentie werd gegeven door cliënten van het Landelijk Cliëntenforum Jeugdzorg. De werkgroep Professionalisering ijvert al jaren voor een gedegen opleiding voor werkers in de jeugdzorg en ook voor het betrekken van cliënten bij het onderwijs. Op verschillende plaatsen in het land vinden al bijeenkomsten plaats voor (toekomstig of huidig) jeugdzorgpersoneel waarin zij met cliënten de dialoog aangaan. Tijdens de workshop op 8 november werd allereerst de centrale vraag gesteld: ‘Wat zijn de beelden en verwachtingen van elkaar?’ en specifiek aan de medewerkers in de jeugdzorg: ‘ Welk beeld heb je van de professional en welk beeld heb je van een cliënt? Wat vind je als professional of als cliënt gemakkelijk in een gesprek , wat vind je mindergemakkelijk in een gesprek?’
Een aanwezige cliënt trapte af door te zeggen dat zij een ontwikkeling heeft doorgemaakt in haar hulpverleningsproces. Dat zij in eerste instantie niet het vermogen had om te reflecteren op haar eigen gedrag of dat van anderen. Dat is ook het advies aan hulpverleners: ‘Zorg eerst voor rust en veiligheid, los de urgente problemen op, en richt je dan op het verdiepen van de hulpvraag.’
Daar ligt een grote zorg van de aanwezige cliënten, de ene groep cliënten kan zich beter en effectiever opstellen dan de ander. Sommige cliënten zitten zo in de stress dat het hen niet lukt om de juiste beslissingen te maken, en andere cliënten ontbreekt het aan bagage en kennis om deze te kunnen maken. “Ouders maken geen fouten, ze nemen verkeerde beslissingen. Zaak is dus ze niet te veroordelen, maar ze te helpen betere beslissingen te nemen,” zegt een ervaren cliënt die al jaren meedraait als participatieve meedenker. Hierover ontstaat discussie. “Wat als een ouder keer op keer dezelfde verkeerde beslissing neemt die schadelijk is voor een kind?” vraagt een hulpverlener in de jeugdbescherming. “Dan moet er ingegrepen worden. Maar,” stelt een andere cliënt, “als een kind uit huis wordt geplaatst, krijgen ouders niet altijd hulp. Hoe kan het kind dan ooit teruggeplaatst worden?
Genuanceerde kijk
Een medewerker van de William Schrikkergroep valt het op dat cliënten soms zeer genuanceerd kunnen kijken naar hulpverleners. ”‘Hoe kan ik dat aan jou vragen?’ zeggen ze dan, ‘je hebt het al zo druk met 25 cliënten.’ Maar we zijn het nog steeds aan de cliënt verplicht goed met ze om te gaan!”. Voor sommige cliënten is het moeilijk om te zien dat mondige cliënten vaak betere hulp krijgen, omdat ze makkelijker aan de bel hangen, hun klachten bespreken, de dialoog aangaan. Voor de mondige cliënten is dat fijn, maar die kans op kwaliteitsverbetering zou er voor iedereen moeten zijn en dat is kwalijk.
Ook hulpverleners voelen zich soms klem zitten. Ze willen graag alles bespreken met hun cliënten, maar dat kan niet altijd. “Ik heb een caseload van 25 gezinnen, en als een OTS is uitgesproken moet ik binnen vier weken een hulpverleningsplan hebben geschreven en besproken. Met geluk kan ik in die tijd drie keer langs bij de cliënt, maar dat is eigenlijk niet genoeg.” Hij krijgt het advies in elk geval goed te communiceren dat niet alles overlegd kan worden, en ook dat hulpverlener en cliënt niet altijd op dezelfde lijn hoeven te zitten, zolang daar maar openheid over bestaat en ook gecommuniceerd wordt.
Die openheid is zo belangrijk. “Als ik op school spreekuur heb komen de mensen naar mij toe, dan heb ik heel andere gesprekken dan wanneer ik in een gedwongen kader naar ze toe moet.”. Er moet ook meer positieve voorlichting over Jeugdzorg worden gegeven: “Hulpverleners, ga de scholen en de klassen langs en leg aan jeugd en ouders uit dat jeugdzorg niet betekent dat je direct uit huis gehaald wordt. Dat hulp ook klein kan zijn en enorm kan opluchten.” En daarmee is het cirkeltje rond. Niet alleen de cliënten moeten bij de hulpverleners langs, de hulpverleners moeten ook langs bij de (toekomstige) cliënten. Zolang beide groepen zich bewust zijn van hun eigen verwachtingen en die van de ander komt er meer rust in de relatie en dat komt de hulpverlening ten goede. Marianne van de Laar, directeur van het LCFJ: “De relatie tussen de hulpverlener en de cliënt is de belangrijkste succesfactor in de jeugdzorg.” En AnneMiek Nuesink, ervaringsdeskundige en lid van de Landelijke Cliëntentafel weet het niet treffender te formuleren dan in het door haar ingesproken filmpje: “hulpverlener, werk vanuit je eigen menselijkheid naar de menselijkheid van je cliënt. Zoek contact van mens tot mens, en stel de regeltjes op de tweede plaats.”