home
...
mijn verhaal kwijt
“Ik ben niet in een groot gat gevallen, ik wist wat ik wilde en daar heeft jeugdzorg mij bij geholpen”, legt hij uit. Het verhaal van deze twintiger is opvallend duidelijk. Tot zijn achttiende was hij afhankelijk van Pactum Jeugdzorg, een organisatie gespecialiseerd in jeugdzorg en werkzaam in de provinces Gelderland en Overijssel. Daarna is hij bij zijn vader gaan wonen, heeft hij even de opleiding Journalistiek gevolgd en is hij gaan werken bij een supermarkt. Nu wil Jesper weer studeren, hij wil rechercheur bij de politie worden omdat het volgens hem zijn beurt is om andere mensen bij te staan. “Ze wisten bij Pactum wat ik nodig had, en daar hebben ze mij bij geholpen”, vertelt Jesper tevreden. “Ik wil nu wat voor anderen betekenen. Mensen hoeven maar te roepen, en ik wil voor ze klaarstaan.”
Dat het ook heel goed kan gaan bij jeugdzorg, weet Jesper overtuigend te vertellen. Jesper wist al een tijd lang dat hij na zijn achttiende weer terug naar huis zou gaan, alleen had hij wel even de tijd nodig om alles goed te kunnen regelen. Hij mocht na zijn verjaardag nog zes maanden bij Pactum Jeugdzorg blijven, uiteindelijk had hij maar drie maanden nodig.
De zogenaamde achttienplusproblemen, die veel jeugdzorgjongeren tegenkomen, kent Jesper niet uit eigen ervaring. “Dat was bij mij niet aan de orde. Pactum was heel redelijk en mijn vader heeft veel voor mij gedaan. Hij betaalde bijvoorbeeld mijn opleiding.”
Een groot rechtvaardigheidsgevoel heeft Jesper wel. Hij heeft niks te klagen, maar hij weet dat er ook andere verhalen zijn. Verhalen over jongeren die geen hulp krijgen, jeugdigen waar het helemaal mis mee gaat en die niet weten wat ze moeten doen als ze achttien worden. “Soms vertellen jongeren dat alles gewoon ophoudt als ze achttien worden. Het probleem is dat het overal anders gaat, dat er geen landelijk wetgeving is.”
Dat wil Jesper veranderen, en daar om is hij bijvoorbeeld actief bij het LCFJ. “Ik vind het belangrijk dat er jongeren zijn die wat voor andere jongeren doen”, laat hij weten. Volgens hem zijn het vaak de ‘ouderen’ die praten over jeugdzorg en het beleid. “Maar het gaat ook over jongeren. Zij moeten meepraten over onderwerpen die hen aangaan, want ze weten zelf het beste wat ze missen.”
Jesper weet tegelijkertijd dat het lastig is om jeugdigen zover te krijgen te ze meepraten over lange termijn veranderingen. “Jongeren willen meteen resultaat zien, maar als je echt iets wilt regelen of veranderen, dan moet het landelijk gebeuren. En dat kost tijd.”
Volgens deze positieve denker zou het goed zijn als meer jongeren zich zouden inzetten voor het verbeteren van de situatie in de jeugdzorg. “Misschien hebben ze er zelf niks meer aan omdat ze dan al uit de jeugdzorg zijn, maar het gaat er ook om dat anderen het in de toekomst wel beter krijgen.”