
Sven (17) overweegt wat hij vanavond zal koken voor Bert, een van de begeleiders. 'Courgetten gevuld met gehakt. Waarschijnlijk loop ik straks naar de winkel.'
Huiselijkheid is iets nieuws voor Sven. Drie weken geleden begon hij zijn traject bij Wingerdbloei, een begeleidingscentrum in Deurne. Hij krijgt er kamertraining. In een studio in een appartementsblok in Borgerhout woont hij samen met andere jongens. De bedoeling is hen door een intensieve en individuele begeleiding aan te leren hoe ze hun eigen leven kunnen leiden.
Voor Sven hier belandde, klom hij op in de 'hiërarchie' van de bijzondere jeugdzorg. Instellingen vormen de rode draad van zijn leven. Hij vertelt er met lichte tegenzin over, met een mix van eerlijkheid en schaamte.
'Een beetje overal ben ik geweest. In het vierde leerjaar ben ik van school gegooid. Dan passeerde ik in een instelling in Lokeren, een in Gentbrugge, Melle en Ronse. Daar ging het goed, tot er feiten aan het licht kwamen waardoor ik de psychiatrie in moest.'
Welke feiten? 'Seksuele feiten', antwoordt hij kort, met de ogen neergeslagen. Meteen zijn het zijn laatste woorden over het verleden.
Sven kreeg psychiatrische hulp omdat hij kinderen had misbruikt. Na die behandeling kreeg hij dat onder controle. De eerste helft van 2009 bracht hij door in De Hutten in Mol. In dat soort gesloten instellingen verliest de jeugdzorg vaak haar grip op jongeren als Sven. Wanneer ze achttien worden, loopt het weer mis en vliegen ze in de gevangenis. Sven weet goed dat de kamertraining zijn laatste kans is. 'Door mijn verleden heb ik dat nodig', zegt hij.
Shoppen in de jeugdzorg'Er wilde ook niemand anders nog met Sven werken', voegt Yolanda Van Den Bleeken daaraan toe. Zij leidt de kamertraining van Wingerdbloei. De meeste van haar jongens hebben De Hutten al vanbinnen gezien. Sommigen zelfs meerdere keren.Op de drempel van de meerderjarigheid probeert Yolanda nog nipt te voorkomen dat ze op tilt slaan. Door ze huiselijke verantwoordelijkheid te geven, onder meer. 'Als ze geen boodschappen doen, hebben ze ook geen eten.'
'Er komt veel bij kijken dat ik niet had verwacht', zegt Sven. 'Inkopen doen, schoonmaken, een school of werk zoeken, vrijetijdsinvulling kiezen... Tijdens mijn vrije momenten zit ik nog het liefst achter de computer. Tot een gat in de nacht. 's Ochtends raak ik dan niet op tijd uit mijn bed voor school.' Sven volgt een opleiding sanitair.
'Ja, het is niet gemakkelijk met Sven', zegt Yolanda. 'We moeten echt achter hem aan zitten.'
Wanneer hij hoort dat we graag zijn studio zouden zien, slaat Sven half gespeeld in paniek. 'Geef mij dan eerst wat tijd om schoon te maken.'
Tien minuten later verwelkomt Sven ons in zijn studio. Rond de pedaalemmer zwerven nog wat cornflakes, zijn kleren liggen in de hoek op een hoopje en het stinkt er naar sigaretten. Over een kast hangt een sjaal van SK Beveren. Hij is zichtbaar trots op zijn voorlopige thuis.
'De kamertraining lijkt niet bijster spectaculair', waarschuwde Yolanda voor het gesprek met Sven, in het centrale gebouw van Wingerdbloei in Deurne. 'Die studio's, dat is gewoon het leven zoals het is. De jongens zijn zelf verantwoordelijk voor hun slaagkansen. Wij bieden alleen steun.'
De structuur ziet er misschien vrijblijvend uit, uiteindelijk is het wel de bedoeling dat de jongeren hun leven weer op de rails krijgen. Maar dit is hun laatste kans, hierna is het gedaan met shoppen in de jeugdzorg. Gemeenschapsinstellingen maken een selectie van wie in aanmerking komt voor dit type begeleiding, maar de jongeren moeten er ook zelf voor kiezen. Ze moeten daarna opnieuw terechtkunnen in de omgeving waar ze maanden of jaren geleden uit zijn weggehaald. Meestal is dat bij ouders of familie.
Geen vat opJeroen is zo iemand die na de kamertraining weer thuis is gaan wonen. Twaalf jaar geleden besliste de jeugdrechter hem en zijn jongere broer thuis weg te halen, onder meer omdat hun vader dronk. Zijn curriculum leest als dat van Sven, met dat verschil dat hij ook bij een pleeggezin onderdak vond. Hij liep hier en daar weg. Dan leefde hij op straat. Hij kwam met drugs in aanraking en pleegde winkeldiefstallen. Geen enkele organisatie of instelling wilde nog met hem werken, behalve Wingerdbloei.
Jeroen woont dus weer bij zijn vader Danny, Yolanda gaat twee keer per week langs. 'Mijn zoon en ik hadden dezelfde jeugdrechter', zegt Danny. 'Twaalf jaar heb ik gevochten om hem terug bij mij te krijgen.'
Minstens één keer per jaar herbekijkt elke Antwerpse jeugdrechter zijn zeshonderd dossiers. Het streven is om kinderen zo snel mogelijk weer thuis onder te brengen. Als dat niet kan, hebben de rechters daar hun redenen voor.
En het loopt nog altijd niet van een leien dakje. Gisteren is Jeroen nog van thuis weggelopen. Hij kwam te laat thuis, zag dat zijn vader daardoor gekwetst was en zocht ruzie om heel de wereld tegen zich te krijgen en zo een reden te hebben om weg te lopen. 'Hij kan moeilijk aanvaarden dat iemand hem graag ziet', zegt Yolanda.
'Al die jaren wilde ik dat hij bij me kon zijn', vertelt Danny. 'Heel mijn leven is misgelopen. Ik wil hem behoeden voor dezelfde toekomst. Het is alleen niet evident om plotseling een tiener met een eigen willetje in huis te hebben. Je hebt er geen vat meer op. Nu ik hem eindelijk weer bij me heb, voelt het alsof ik hem weer los moet laten.'
Juiste baasOok Sven heeft sinds kort de jeugdzorg verlaten, zo blijkt. Een tante heeft besloten hem onderdak te geven. Hij voelde zich klaar om op eigen benen te staan.
'Sven heeft een netwerk waarop hij kan terugvallen', vertelt Jan Bots, de directeur van Wingerdbloei. 'Hij heeft een familie en weet hoe hij zichzelf onder controle kan houden. Als zijn familie bij hem betrokken blijft, komt het wel goed. Voorts is het gewoon een kwestie van de juiste vrienden of de juiste baas te vinden. Dat geeft hen de veerkracht om eindelijk een eigen leven op te bouwen.'