Minister Rouvoet is met de Tweede Kamer van mening dat ook gezinnen moeten kunnen worden aangemeld in de Verwijsindex risicojongeren. In verband hiermee gaat hij onderzoeken hoe een melding van een jeugdige gematched kan worden met een eerdere melding van een broertje of zusje uit hetzelfde gezin. Daarvoor zijn niet alleen technische aanpassingen, maar ook een wetswijziging noodzakelijk. Nu vinden alleen ‘matches’ plaats als een en dezelfde jeugdige door meerdere professionals worden gemeld.
Zinvol
Dat heeft de minister voor Jeugd en Gezin eind 2009 aan de Tweede Kamer laten weten. De Tweede Kamerleden mevrouw Sterk (CDA) en de heer Dijsselbloem (PvdA) hadden de minister om het realiseren van een zogenoemde gezinsfunctionaliteit binnen de Verwijsindex risicojongeren gevraagd. Naar hun oordeel is het nodig niet alleen individuele jeugdigen, maar ook gezinnen in beeld te krijgen door het matchen van binnen de Verwijsindex risicojongeren gemelde broers en zussen aan elkaar. “Ik zie het nut in van een gezinsfunctionaliteit binnen de Verwijsindex risicojongeren”, laat de minister voor Jeugd en Gezin de Tweede Kamer weten.
Wetswijziging
Consequentie van de toezegging van de minister is dat de nog maar enkele weken geleden aangepaste Wet op de jeugdzorg in verband met de introductie van de Verwijsindex risicojongeren, opnieuw moet worden veranderd. Alvorens daartoe over te gaan zal de minister “de juridische voorwaarden en technische uitvoering bezien”. Zo moeten extra persoonsgegevens aan de Verwijsindex risicojongeren worden toegevoegd, omdat meldingen van gezinsleden anders niet tot een match leiden. De juridische mogelijkheden daartoe moeten getoetst worden aan de privacyregelgeving en aan het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens.
Technisch
De minister waarschuwt ervoor dat het realiseren van een gezinsfunctionaliteit binnen de Verwijsindex risicojongeren technisch “complex”, maar wel mogelijk is. Hij wil daartoe de noodzakelijke stappen zetten. Zo moet de Verwijsindex risicojongeren worden aangesloten op de gemeentelijke basisadministratie. Daarbinnen dienen – om de gezinsfunctionaliteit te realiseren – meerdere vragen ‘aan’ de gemeentelijke basisadministratie te worden gesteld. “Eenvoudig gezegd zal binnen het geautomatiseerde systeem worden gevraagd wie de ouders van de jeugdige zijn en of deze ouders nog meerdere kinderen hebben”, zegt de minister. Als het antwoord bevestigend is, wordt digitaal bekeken of ook andere kinderen in de Verwijsindex risicojongeren zijn aangemeld.
Conclusie
Volgens de minister voor Jeugd en Gezin heeft een eerste toets op de juridische en technische mogelijkheden van het aanbrengen van een gezinsfunctionaliteit binnen de Verwijsindex risicojongeren uitgewezen, dat er mogelijkheden zijn. Dit neemt niet weg dat “hiervoor de nodige tijd moet worden genomen, aangezien de functionaliteit degelijk en betrouwbaar moet zijn”. In dit kader sluit de minister niet uit dat er enkele pilots moeten worden gestart om de werking in de praktijk te kunnen testen. Minister Rouvoet zal de Tweede Kamer voor de zomer van dit jaar verder informeren over de voortgang van de ontwikkeling van een gezinsfunctionaliteit.
