Ga naar de nieuwspagina
03.04.2012     Geen ervaringsdeskundige buiten spel (door Henrie Theunisse)

Een duit in het zakje door een duidelijk meedenkend cliënt.

Henrie Theunisse, al jaren lid van de Landelijke Cliëntentafel en lid van de cliëntenraad van Bureau Jeugdzorg Noord Holland, mist op veel plaatsen in de huidige plannen van het kabinet voor de nieuwe jeugdzorg de ruimte voor cliënten en ervaringsdeskundigen om mee te denken over het te ontwikkelen beleid.

Vorig jaar november verscheen het beleidsvoornemen ‘Geen Kind Buiten Spel’, een goede start om een betere en lichtere jeugdzorg mee te organiseren en daarmee grote besparingen te behalen (zie ook ‘Een duidelijk meedenkend cliënt’). Aan dit plan schort echter nog een hoop. Op meerdere cruciale punten ontbreekt het aan mogelijkheden voor ervaringsdeskundigen om mee te denken en mee te bepalen. Zo is in de eerste plaats de verantwoording die gemeentes moeten afleggen jegens hun burgers nauwelijks wettelijk gewaarborgd. Vooral op het vlak van de (jeugd-)zorg is het belangrijk dat mensen die ervaring hebben met deze zorg mee kunnen praten en bepalen of een gemeente het goed doet, dit zijn geen zaken waarover iedereen wat kan zeggen. Het is dus zaak dat cliëntenraden uit de (jeugd-)zorg en/of WMO-raden hier een vastgelegde rol in krijgen.

Een belangrijk aspect is de oprichting en inrichting van de gemeentelijke Centra voor Jeugd en Gezin. Allereerst heeft het kabinet in de huidige plannen nauwelijks vastgesteld wat de minimumeisen zijn waaraan zo’n centrum moet voldoen. Daarnaast zouden cliënten en (toekomstige) gebruikers van deze centra betrokken moeten zijn bij aspecten als de vindbaarheid en zichtbaarheid ervan. Als een gemeente wil dat ouders en kinderen met opvoedproblemen en/of –vragen hier laagdrempelig naar binnen kunnen komen wandelen, dan moet het CJG goed bereikbaar zijn en een gebouw zijn waar je gemakkelijk en zonder reserves binnenloopt.

Ook de aangekondigde evaluaties en pilots van Gesloten Jeugdzorg en JeugdzorgPlus kunnen alleen effectief zijn als daar een intensieve rol in is voor de kinderen, jongeren en ouders die met deze vormen van zorg te maken hebben. Zij weten wat goed werkt en waar zij al dan niet iets aan hebben gehad. Ditzelfde geldt voor het onderzoek naar de misstanden bij de PGB’s en het onderzoek naar het landelijk dekkend niveau van gecertificeerde instellingen voor jeugdzorgplus: er zijn talloze organisaties met ervaringsdeskundigen die expertise hebben om hier over mee te praten. Dit laatste onderzoek kan overigens gestaakt worden, aangezien de HKZ-normeringen, die in samenspraak met cliënten zijn geformuleerd, deze al dekken. Deze hoeven alleen nog maar geaudit te worden.

Drempels

Het is een goede zaak dat de indicatiestelling voor jeugdzorg wordt afgeschaft. Deze werpt drempels op, en verlengt de hulptrajecten. Bovendien ontwikkelen jeugdigen en hun ouders zich tijdens een hulptraject en is een indicatie daarmee al snel achterhaald. Dat er een eigen bijdrage gevraagd wordt is natuurlijk weer van de gekke: wil je dat ouders en jeugdigen in een vroeg stadium hulp vragen zodat kwaad wordt voorkomen (en dus langere en duurdere hulp), dan moet je niet de drempels verhogen met een eigen bijdrage. 

Gemeentes

Behalve de genoemde geborgde rol voor ervaringsdeskundige burgers in bv. WMO-raden, is het belangrijk dat er een goede en zinnige informatieoverdracht bestaat voor gemeentes die de jeugdzorg over gaan nemen. Gebundelde geldstromen zijn een grote verbetering en besparing ten opzichte van het huidige stelsel, en het is goed dat er beleidsvoornemens zijn om cliëntorganisaties te betrekken in de ontwikkeling van het stelsel. Dat gemeentes zelf verantwoordelijk worden gesteld voor afspraken met het AMK is een risico, net als de nogal open opdracht aan gemeentes dat er ‘keuzevrijheid’ moet zijn van ouders. Als de kwaliteit en het aanbod van de zorg afhankelijk is van de inkoop van gemeentes, dan is er een risico op een te mager aanbod uit geldoverwegingen, die ook nog eens verschillen tussen gemeentes.

Het is goed dat er een landelijke jeugdmonitor ter beschikking wordt gesteld om verschillen tussen gemeentes mee te kunnen meten, het zou goed zijn als deze niet alleen kosteloos ter beschikking wordt gesteld, maar ook al kosteloos wordt opgestuurd naar de verantwoordelijke partijen. Verder is het heel belangrijk dat het klachtrecht, zoals dit nu al bestaat in de huidige (jeugd-)zorg, ook wettelijk wordt vastgelegd voor gemeentelijke instellingen die verantwoordelijk zijn voor de geleverde zorg, zoals de CJG’s.

Regelgeving

Er is op het ogenblik nog geen rol weggelegd voor de Inspectie Jeugdzorg, hoe gaat deze vorm krijgen? En wie wordt er vanaf 2016 de beheerder van de gemaakte dossiers in de jeugdzorg, waarvoor een bewaarplicht bestaat? Bij wie kan een cliënt terecht om deze in te zien? Hoe is de afvloeiingsregeling voor huidige medewerkers van Bureaus Jeugdzorg? Als dit niet geregeld is in de overgangsperiode, zullen de BJZ’s niet kunnen voldoen aan hun zorgplicht en vallen burgers die gebruik willen maken van die zorg tussen wal en schip.

Samenvattend

Waarborg de rol van cliënten in de ontwikkeling van beleid en regelgeving en in het controleren van de toekomstige zorg door middel van cliënten- of WMO-raden en onafhankelijke klachtencommissies.

Waarborg de continuering van zorg voor jeugdigen en hun ouders tijdens de overgangsperiode

Zorg voor laagdrempelige en snel te leveren zorg, hiermee bespaar je miljoenen en geef je meer ruimte voor jeugdigen en ouders die intensievere en specialistische zorg nodig hebben.

 

Zie hier en hier voor eerdere reacties vanuit het LCFJ over het beleidsvoornemen en hier voor de door het LCFJ verzonden reactie aan de verantwoordelijke staatssecretarissen.

Wat vindt u? Wat heeft u toe te voegen aan reactie van dhr. Theunisse? Of bent u het op punten al dan niet met hem eens. Laat het ons weten via het onderstaande reactieveld!

transitie jeugdzorg
opinie
cliëntparticipatie
gemeentes
stelselwijziging
Centra voor Jeugd en Gezin (CJG's)






[Reageer][Disclaimer]






VOLG HET LCFJ
 
logo