Ga naar de nieuwspagina
02.11.2009     Evaluatie wet op de jeugdzorg

Minister Rouvoet heeft op 2 november het onderzoeksrapport over de Wet op de Jeugdzorg aan de Tweede Kamer gezonden.

Het evaluatieonderzoek was erop gericht om zicht te krijgen op de vraag in hoeverre de invoering van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) eraan heeft bijgedragen dat jeugdigen, hun ouders en het gezin de zorg krijgen waar zij recht op hebben en in hoeverre de knelpunten zijn opgelost, die de wet beoogde op te lossen.

Centraal in het onderzoek stonden de kerndoelen van de wet:
- één toegang;
- een geobjectiveerde integrale indicatiestelling;
- de integrale aanpak van geïndiceerde jeugdzorg;
- de aansluiting tussen de verschillende jeugdzorgdomeinen, en
- de verankering van het recht op jeugdzorg, de regierol van de provincies en financiële beheersbaarheid.

Ten slotte is de positie van de landelijk werkende instellingen, de indicatiestelling en financiering van jeugd-LVG en het jeugdzorgaanbod voor nieuwe, specifieke doelgroepen onderzocht. Op dit onderdeel is ook gevraagd om aanbevelingen.

De toegang Bureau Jeugdzorg, AMK, jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn inmiddels geïntegreerd, maar niet de toegang tot provinciale jeugdzorg, jeugd-LVG en jeugd-GGZ. Er wordt gewerkt met een geobjectiveerde integrale indicatiestelling, maar de vraag is nu of het indicatietraject niet te massief is. Integraal zorgaanbod is nauwelijks van de grond gekomen, onder andere door gescheiden financieringsstromen en het ontbreken van integrale toegang. Dit zijn de hoofdconclusies van de Evaluatie van de Wet op de jeugdzorg.


Lees hier het onderzoeksrapport.






[Reageer][Disclaimer]






VOLG HET LCFJ
 
logo