home Inhoud ... C. Schrijven
Presenteren
 
 
TIP:
Spreek van tevoren af met de toehoorders of ze je mogen onderbreken of dat je eerst je verhaal afmaakt en dat ze daarna vragen kunnen stellen.
 
 
 
 
TIP:
Als je met z’n tweeën bent, spreek dan tevoren af wie het woord voert en wie aanvult.
 
 
 
 
TIP:
Wees ruim op tijd zodat je al wat contacten kunt leggen met de toehoorders.
 
 
 
 
TIP:
Gebruik eventueel hulpmiddelen, zoals sheets of een flap-over, maar laat dit niet overheersen. Het gaat om jou en niet om de sheets.
 
 
Presenteren
Hoe pak je zoiets aan?
Als voorbeeld nemen we hier het houden van een praatje over de cliëntenraad in een afdeling of woonvorm.

De boodschap
Welke boodschap wil je overbrengen? Dat is de eerste vraag die je jezelf moet stellen voordat je een presentatie gaat houden. Bedenk daarbij dat vaak al na vijf minuten de aandacht verslapt. Probeer daarom niet teveel te vertellen. Beperk je tot een of twee hoofdpunten, bijvoorbeeld: ‘de cliëntenraad komt op voor uw belangen’ of ‘het is leuk om in de raad te zitten’. Werk in je presentatie de gekozen hoofdpunten uit. Hoe behartigt de raad de belangen van cliënten? Waarom is het leuk om in de raad te zitten?

Wie zijn de luisteraars?
Ga na wie de luisteraars zijn. Zijn het jonge mensen of ouderen? Bestaat de groep voor het merendeel uit mannen of vrouwen? Weten ze al wat over de cliëntenraad? Probeer ook in de huid van de luisteraars te kruipen: stel ik zit daar en er komt iemand van de cliëntenraad wat vertellen. Wat zou ik van hem of haar willen weten, wat zou ik verwachten?

De verpakking
Minstens zo belangrijk als de boodschap is de verpakking. De toehoorders onthouden namelijk na je presentatie met name hoe je bent overgekomen en slechts een klein deel van wat je vertelt hebt. Na 24 uur zijn ze al ¾ van de inhoud van je verhaal vergeten. Let daarom op de volgende zaken bij je presentatie:
o   Richt je op de luisteraars, houd oogcontact.
o   Spreek het publiek regelmatig aan. 'We komen op voor jullie belangen'. '
     We willen graag weten wat jullie belangrijk vinden'.
o   Benadruk het belang voor de luisteraars, de raad is er voor hen.
o   Spreek duidelijk.
o   Houd het simpel. gebruik geen dure woorden of afkortingen.
o   Zeg het in je eigen woorden.
o   Vertel, met mate, iets over je eigen ervaring in de raad. Kies daarbij juist
     die zaken die je zelf leuk vindt aan het raadswerk
o   Laat af en toe een korte stilte (een soort adempauze) vallen.
o   Herhaal de belangrijkste onderdelen van je verhaal,  maar wel met andere
     woorden.
o   Let op je lichaamshouding en hoe je overkomt.
     Als je vertelt dat het leuk is om raadslid te zijn, dan moet je dat ook
     uitstralen.
o   Besef dat jij voor het aanwezige publiek op dat moment de raad bent.     

Kop, romp en staart
Hoe bouw je een presentatie op?

Allereerst het begin, de kop. Stel je eerst voor. Probeer vervolgens de aandacht van het publiek te trekken. Begin met iets pakkends, iets herkenbaars. Bijvoorbeeld door te vertellen hoe jijzelf als cliënt een jaar geleden voor het eerst geconfronteerd werd met de cliëntenraad. En dat je toen dacht: wat moet ik daar nou mee? Zeg daarna heel kort iets over wat je wilt gaan vertellen.

Vervolgens het middenstuk, de romp. Het middenstuk bevat de kern van je verhaal. Hierin vertel je wat de cliëntenraad is en doet en hoe de raad opkomt voor de belangen van cliënten. Geef met argumenten aan waarom het belangrijk is dat er een cliëntenraad is. Vertel wat de raad allemaal heeft bereikt. Ga ook in op kritiek die het publiek misschien heeft: de raad bereikt toch niets, ze vergaderen alleen maar. En weerleg vervolgens die kritiek.

De staart. Sluit af door nog een het belangrijkste te herhalen: de cliëntenraad komt op voor jullie belangen, we zijn er voor jullie. En roep de toehoorders op om lid te worden of om eens een vergadering bij te wonen. Vergeet niet te vertellen hoe en wanneer de raad te bereiken is en wanneer de raad vergadert.

 
 
Probeer na je praatje in gesprek te komen met je publiek. Stel open, ongerichte vragen: “Wat zouden jullie willen dat de cliëntenraad doet?” of “Wat zouden jullie doen als je in de raad zat?” Misschien heeft men nog klachten, wensen of ideeën die je mee terug kunt nemen naar de raad. Deel tot slot folders van de raad uit zodat men alles nog eens kan nalezen.