De aanhef moet passen bij de verhouding tussen de schrijven van de brief en de lezer. Meestal begint een brief met ‘Geachte mevrouw of mijnheer’, gevolgd door de achternaam van de geadresseerde. Gebruik niet de voorletter, dus niet ‘Geachte mevrouw A. Groenling’. Als je de naam niet weet, kun je beginnen met ‘Geachte mevrouw, mijnheer’ of ‘Geachte lezer’. In de aanhef gebruik je ook geen titels, dus niet ‘Geachte mr. Groenling’. Na de aanhef komt altijd een komma.