home Inhoud ... 2.2 Cliëntenraad; onderdeel van cliënten...
Privacy
Privacy

De privacy van cliënten moet zoveel mogelijk worden beschermd. De instelling legt dit vast in een regeling. Die regeling moet aansluiten op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Dat betekent het volgende:

De hulpverlener van de instelling voor jeugdzorg mag géén informatie over u of uw kind aan anderen geven zonder uitdrukkelijke toestemming van u of de jeugdige. 

Voordat u of de jeugdige toestemming geeft voor inzage in dossier door anderen, moet de hulpverlener aan u laten weten om welke informatie het gaat en aan wie ze dan gegeven wordt. Een algemene akkoordverklaring is dus niet voldoende.

Er zijn wel uitzonderingen:
De hulpverlener moet gegevens verstrekken aan de kinderrechter en de Raad voor de Kinderbescherming. Dit is een wettelijke plicht en daarvoor is uw toestemming dus niet nodig.

De hulpverlener mag ook gegevens verstrekken aan andere beroepskrachten als dit noodzakelijk is voor de toegang of uitvoering van de jeugdzorg of als de beroepskracht is betrokken bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel. Dan gaat het bijvoorbeeld om de zorgaanbieder. Beroepskrachten kunnen dus –als dat noodzakelijk is – met elkaar overleggen over u en uw kind, vooral als u te maken heeft met een ondertoezichtstelling.

Een hulpverlener mag de geheimhoudingsplicht ook doorbreken als zwaarwegende belangen van u als cliënt alleen gediend kunnen worden wanneer de hulpverlener wél naar buiten treedt met de informatie. Dit heet 'een conflict van plichten' en geldt in zeer uitzonderlijke situaties. Gaat het om de belangen van een ander dan u, dan mag de hulpverlener de geheimhoudingsplicht alleen doorbreken als er concreet levensgevaar dreigt voor die ander.

Voorop staat dat hulpverleners in de jeugdzorg vertrouwelijk met uw informatie moeten omgaan.

Zie ook het dossier privacy.