Pedagogen moeten een plaats krijgen in de opvoeding, liever dan dat kinderen met problemen een plaats krijgen in voorzieningen. Dat stelde Jo Hermanns, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
De meeste ouders zijn voldoende toegerust om opvoeder te zijn, stelt Hermanns. Als ze problemen ondervinden, moeten pedagogen hen tijdelijk hun opvoedexpertise aanbieden, zonder meteen de regie over te nemen. Pedagogen horen daarom in wijken en scholen te werken, niet in instellingen.
De jeugd wordt steeds meer beschouwd als iets lastigs, aldus Hermanns. Beroepskrachten in de jeugdzorg, de jeugd-ggz en het speciaal onderwijs moeten die lastige jeugd behandelen. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek juist dat het goed gaat met de Nederlandse jeugd. Problemen van kinderen worden echter niet meer gezien als een onderdeel van het proces van opgroeien en opvoeden, maar als een signaal dat pedagogische professionals moeten optreden.
Bron: Universiteit van Amsterdam
